Hoofdsponsor van RTC Twente - Fietz Denekamp Hoofdsponsor van RTC Twente - Morein Kunststoffen Hoofdsponsor van RTC Twente - Rabobank Denekamp Hoofdsponsor van RTC Twente - Welkoop Denekamp

Wielcontact december 2013

 

Wie is.....Stefan Pernetta (Gerwin te Velthuis)

Gerwin probeert in deze nieuwe rubriek een beeld te geven van een lid van onze vereniging. In deze eerste editie een portret van Stefan Pernetta, inmiddels al jaren behorend tot de vaste kern van Groep 1 en pas geleden een reis gemaakt van 6 maanden door Canada en Alaska.

Heb je ook iemand waarvan je denkt "deze persoon is ook interessant voor het wielcontact" dan kun je contact opnemen met de redactie. We zien je reactie graag tegemoet!!

Uiterst gastvrij zijn we ontvangen door Stefan Pernetta en zijn vrouw Miranda in hun  prachtige houten huis in Bad Bentheim. Stefan is eigenaar van een eigen timmer- en afbouwbedrijf en is al jaren een vaste waarde in groep 1.

  • Pernetta, dat klinkt niet heel Denekamps?

Stefans vader is van Italiaanse / Engelse afkomst en zijn moeder is Duitse. Stefan is geboren in Bayern en heeft daar tot zijn 10e gewoond. In 1980 is hij naar Enschede verhuisd en later naar Oldenzaal.

  • Hoe ziet jouw wielercarrière eruit?

In 1989 heb ik gefietst bij het Ten Tusscher ATB Team waar ik eerst wilde wedstrijden en daarna in de sportklasse heb gefietst. Vervolgens ben ik mij gaan richten op downhill, maar dit was na een aantal jaren een dermate dure hobby i.v.m. de fietsrevolutie binnen het downhillen waardoor ik mij heb gespecialiseerd in het rijden van mountainbikemarathons. In 2006 ben ik gestopt met wedstrijden, ik fietste toen bij de elite van OWC. Mijn beste prestaties heb ik met name behaald bij de mountainbikemarathons maar echt trots ben ik op mijn 85e plaats bij de Grand Raid Cristalp(CH) en dat ik de Marmotte heb gefietst in 7.20. Ik rij in de zomer op de weg met groep 1 en in de winter zit ik op de cyclecrosser en fiets vrijwel alle atb-tochtjes in de regio.

Stefan in een dernykoers, lang geleden.


  • Waarom staat je huis te koop?

Wij zijn van plan om te emigreren naar Canada. Ik ben daar inmiddels vijf keer geweest en heb telkens het gevoel dat ik daar thuiskom. Canada is mooi om de vrijheden die je daar hebt, de natuur en de gastvrijheid van de mensen. We willen ons vestigen in British Columbia of Alberta, in elk geval daar waar bergen in de buurt zijn. Als we het huis hebben verkocht vragen we een werkvisum aan voor een a twee jaar om eerst even te proberen of we daar echt kunnen aarden .

  • Hoe zit het daar met de werkgelegenheid?

Er is een groot tekort aan personeel in de bouw dus ik verwacht dat ik vrij snel aan het werk ben. Miranda maakt calculaties bij een autoschadeherstelbedrijf en heeft inmiddels ontdekt dat dezelfde software daarvoor ook in Canada wordt gebruikt dus dat geeft goede hoop. Daarnaast is liefdadigheid ook heel belangrijk in Canada. Je kunt dit een beetje vergelijken met Noaberschap. Vrijwel alle Canadezen zijn op één of andere manier als vrijwilliger betrokken bij een sociale gebeurtenis. Dus als je daar wilt integreren wordt dit ook min of meer van je verwacht.

Mooie foto tijdens een ATB-marathon.


  • In hoeverre heb je in Canada fietsmogelijkheden?

Fietsen in Canada is geweldig. Zonder vergunning of anderszins bemoeienis van overheden leg je daar een singletrack parcours aan. Maar ik moet zeggen dat het daar ook fantastisch is om te wandelen, ook een grote hobby van ons. Wel voorzichtig want je kunt zomaar een beer of een eland tegenkomen in het wild. Tijdens het wandelen moet je juist veel lawaai maken waardoor je een beer niet laat schrikken. De beer heeft dan nog ruimschoots de tijd om zich uit de voeten te maken. Laat je hem echter schrikken, dan kan hij gevaarlijk zijn. Maar vergis je niet in de elanden die veelal nog gevaarlijker zijn dan beren. Een eland kan wel een schouderhoogte hebben van 2,5 meter en dan nog de kop en het gewei van 2 meter breed erop. Dit is echt indrukwekkend om te zien.

  • Vertel eens een leuke anekdote uit Canada?

We reden in Canada ergens rond maar hadden de tank bijna leeg. Aangekomen bij een tankstation bleek dat het tankstation al dicht was en hebben we overnacht in de camper. Echter 's ochtends bleek dat dieselpomp kapot was en dat het nog wel een paar dagen kon duren alvorens de onderdelen werd geleverd. We hebben een vrachtwagen aangehouden, de situatie uitgelegd, en gevraagd of we een beetje diesel van hem mochten kopen voldoende om bij het volgende tankstation te komen. Deze aardige man heeft de tank (125 liter) helemaal gevuld en wilde hier helemaal niets voor hebben! We waren beiden met stomheid geslagen.

Tot slot nog een paar wielervragen:

  • Wie is je favoriete wielrenner?

Over het algemeen hou ik van aanvallers zoals Jens Voigt of in het verleden Andrea Tafi. Niet bang zijn, gewoon doen.

  • Wat is je favoriete wielerkoers?

Dit is met voorsprong de Giro d’Italia omdat ik zelf ook veel cols heb gereden die daar worden aangedaan. Daarbij wordt in Italië veel aanvallender gekoerst in vergelijking met bijvoorbeeld de Tour de France. Voor de echte wielerkenner is dit een fantastische wedstrijd.

Tijdens een regionale toertocht.

  • Wat is jouw meest memorabele wielermoment?

Dat is toch wel de dood van Fabio Casartelli geweest. Rond die periode heb ik zelf ook meerdere keren meegemaakt dat iemand tijdens een koers dood naast zijn fiets lag, dit heeft toen wel een enorme impact op mij gehad. Ik kwam tot het inzicht dat fietsen een deel van mijn leven geworden is maar ook dat deze geweldige sport een keerzijde kan hebben.

Dit is het fietsgebied rondom de Stelvio en rondom de Sella-gruppe.

 

Stefan bleek een goed en enthousiast verteller, die het ons deze avond niet alleen naar de zin maakte, maar ook ontzettend mooie en avontuurlijke verhalen met ons kon delen.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

’Wie sjoeen os Limburg is’ (Jos Visschedijk)


Als wielerliefhebber wil je na jaren pedaleren wel eens ergens anders tegenop fietsen dan de Tankenberg,  Lönsberg, Tutenberg, Paasberg, Holterberg of hoe al die regionale “bergjes”ook mogen heten.
Je wilt je grenzen verleggen en gaat daarom in Tecklenburg, in de Ardennen,  in Italie, in Zwitserland of in Frankrijk de uitdaging aan. Ook het zuiden van onze provincie Limburg is bij vele toerfietsers in trek.
Elk jaar weer worden er in dit heuvelachtige, prachtige deel van ons land en de gemeente Voeren in Belgie vele fietstochten georganiseerd, waar vele duizenden liefhebbers op afkomen. De bekendsten zijn Limburgs Mooiste, Mergelheuvelland2Daagse en de toerversie van de Amstel Gold Race. Deze laatste wordt ook nog verreden als officiële wedstrijd voor de profs. Naast alle niet- Limburgers, zijn er ook nog de regionale liefhebbers, die net als wij RTC ers, een aantal keren per week hun kilometers maken.
M.a.w. het is er van april tot en met september altijd zeer druk op de plaatselijke wegen, hetgeen nogal eens tot irritaties tussen wielrenners en de plaatselijke bevolking leidt, kortom veel inwoners van Zuid-Limburg zijn al die wielrenners ‘zat’.
Het afgelopen najaar werd er door allerlei media aandacht aan deze problematiek besteed en voor-en tegenstanders kwamen uitgebreid aan het woord. De waarheid zal, zoals vaak, wel in het midden liggen, feit is wel dat veel evenementen met nieuwe regels c.q. gemeentelijke verordeningen te maken krijgen, met als doel  de  ‘overlast’ te beperken.
Vijf gemeentes in Zuid-Limburg en de Belgische gemeente Voeren willen het aantal toertochten beperken: maximaal drie toertochten met meer dan 5000 deelnemers en maximaal negen toertochten met meer dan 1000 deelnemers. Daarnaast moeten alle toertochten met meer dan 250 deelnemers een evenementenvergunning aanvragen.

De mooie voerstreek

 

Gelukkig konden wij (EH-ES-FON-HB-HH en JV) dit jaar nog zonder problemen met de Mergelheuvelland2Daagse( zaterdag 20 en zondag 21 september) meedoen . De  inschrijving startte op 1 april en je moest er als de kippen bij zijn om een startbewijs te krijgen..
We hebben al vaker aan de MH2D meegedaan en hebben de laatste keren overnacht in Motel Heek in Heek ( 1 km van Valkenburg) , hetgeen altijd goed bevalt, dus ook dit jaar werd dit ons verblijf.
Door het mindere (fiets)weer in het voorjaar kwam de voorbereiding laat op gang, doch het  mooie weer in juli, augustus en begin september maakte veel goed en zo konden er  toch nog de nodige (klim)kilometers gemaakt worden. Goed voorbereid gingen we vrijdag 19 september op weg om tegen 1 uur bij ons motel te arriveren. Na ingekwartierd te hebben en na een heerlijke bak koffie met Limburgse vlaai zijn we begonnen met de warming up voor de volgende dag; als je de jongste niet meer bent , kun je hier immers niet vroeg genoeg mee beginnen! Richting de startplaats van het hele gebeuren in Libeek is ongeveer 15 km en via een omweg kwamen we weer terug in Valkenburg alwaar aan de voet van de Cauberg op een prachtig terras nog een aantal stoelen vrij waren. Je komt hier letterlijk ogen te kort, zoveel is er op deze driesprong te zien, vooral als je alleen maar het terras van het Sterrebos  of dat van het Podium gewend bent. Als het zonnetje dan ook nog schijnt en het pilsje koud is, kan de dag niet meer stuk.

Keuteberg...

 

Om 19.00 konden we de startbewijzen ophalen en bij de tent bij de start was het al een drukte van belang. ’s Zaterdags hoefden we zo alleen maar naar de start te fietsen en konden we meteen vertrekken. Na een goed ontbijt en met goedgevulde achterzakken en bidons ging de tocht om 8.00 naar de start in Libeek voor een rit van 120 km. Normaal gaat de tocht de 1ste dag altijd door de mooie natuur van de gemeente Voeren in Belgie, doch deze keer ging het via Maastricht naar Luik.
Ook in Belgie had de organisatie problemen met het vaststellen van de route omdat niet voor het gehele gewenste traject vergunningen werden afgegeven. Daardoor ging een groot gedeelte van de tocht rondom en door Luik; veel slechte straten, steile beklimmingen en lange afdalingen over nog slechtere straten en een grauwe, trieste omgeving. Gelukkig was het droog want om bij regen in deze omstandigheden te fietsen is geen pretje. Op een van de pauzeplaatsen kwamen we nog twee jeugdige leden van “OLAF” tegen; het is altijd prettig wanneer je in den vreemde bekenden tegenkomt, helemaal als het ook nog RTC ers zijn. Na even gebabbeld te hebben ( uiteraard ook over de wegen) en de nodige supplementen ingenomen te hebben, vervolgen we onze rit. Na een paar kilometer werden we echter al weer ingehaald door onze OLAF vrienden ( mag ook wel met al die kilometers in de benen).
Na nog een pauzeplaats in Belgie ging het weer richting Nederland en kwam de finish in zicht. Ondanks de slechte wegen en minder mooie omgeving , toch een voldaan gevoel na 120 km  zonder ongelukken of een lekke band. Als beloning tracteerden we ons op een lekker koud pilsje op ons vertrouwde terras ( soms moet een mens een beetje geluk hebben). Na een frisse douche in ons motel ging het vervolgens weer richting de toeristische hoofdstraat van Valkenburg om op een ander gezellig terras een heerlijke maaltijd te nuttigen. Nou is dat makkelijker gezegd dan gedaan , want veel mensen hadden dezelfde gedachte. Helemaal als je met zes personen bent en dan ook nog graag een beetje gunstig wilt zitten wat uitzicht betreft m.a.w. het wandelend publiek kunnen gadeslaan. Wij waren niet de enige RTC ers die dit wilden want ook enkele Kamphuisen  ( met aanhang) hadden dezelfde plannen. Met zoveel  RTC- leden van de Kamphuis-clan moet je bij een wielerevenement wel haast een lid van deze familie tegenkomen. Na een heerlijke maaltijd en een aantal Brandjes ging het weer richting motel om van een heerlijke nachtrust te genieten.

Het mooie limburgs landschap.


Zondags gaat de rit altijd door Nederland ( ten oosten van Valkenburg en door een gedeelte van Duitsland ( omgeving Aken) . In de buurt van ons motel konden we aansluiten bij het deelnemersveld. Het is altijd weer genieten van de prachtige natuur in dit deel van Nederland en Duitsland en , bij mooi weer, de geweldige vergezichten. Echter, het is wel opletten en steeds goed uitkijken met al die drukte; 10.000 deelnemers ( 5000 mtb-ers en 5000 op de racer) , plaatselijke toerfietsers, kerkgangers op de fiets/auto en eenieder die verder nog gebruik  maakt van de veelal smalle wegen .Hier en daar merk je de irritatie.
Echter alles verliep voorspoedig en zonder ongelukken kwamen we na 80 km moe en voldaan weer bij ons motel aan. Hierna snel even douchen , een kop koffie en daarna de terugreis aanvaarden naar ons mooie Twenteland. Hierna nog een welverdiend etentje bij Remco in het altijd gastvrije Beuningen , waar met de wederhelften en met JON en BK nog lange tijd nagepraat werd over onze wieler- en andere ervaringen in Belgie en  “ ös sjoeene Limburg”.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

IK GOA HEN (Nico Rouwers)

 

Ik goa hen. Een zin die ik stoïcijns blijf volhouden als ik s ‘avonds op het eind van mijn werkdag afscheid neem van mijn collega’s en op mijn fiets stap richting huis. Het antwoord van mijn collega’s, waarvan de meesten niet uit Twente komen, is altijd hetzelfde. Ik ga niet heen. Inderdaad een zin die aan “niet tukkers” moeilijk is uit te leggen.

“Ik goa hen” een mooie zin waar ik mijn verhaal mee begin om ook aan “niet fietsers” uit te leggen dat mijn fietsreis niet zo zeer ging om de kilometers maar om het beleven.

De route.


“Ik goa hen” iedere dag opnieuw. Een reis van 5700 km, dwars door diverse landen van Europa. Van west naar oost en van de Oostzee naar de Adriatische zee, twaalf weken alleen fietsend met tent en bagage onderweg, niet wetend wat mij die dag zou brengen. En dat allemaal omdat ik deze reis zo graag wilde maken.

Dat ik deze reis zo graag wilde maken was al een heel lange tijd duidelijk. Dit gevoel werd nog een keer bevestigd door RTC beleving van Colorado in 2007. Hoewel de plannen al lange tijd door mijn hoofd dwaalden, begon het in 2010 concrete vormen aan te nemen door de aankoop van een trekkersfiets. Het moest een fiets zijn die tegen een stootje kon en weinig onderhoud vergde. Het werd een “Idworks” trekkersfiets met voor de specialisten onder ons een rohloffnaaf en een gesloten kettingkast. Vervolgens heb ik gedurende 3 jaar de fiets uitvoering kunnen testen door deze te gebruiken voor mijn woon- werkverkeer (2 x 25 km/dag).

Een laatste groet en vervolgens het onbekende tegemoet.


Ondertussen heb ik ook nog een GPS systeem aangeschaft en vanaf 1 januari 2013 begon mijn voorbereiding serieus te worden. Landeninformatie werd binnengehaald, vakantiebeurzen werden bezocht en vage potloodstrepen werden definitieve routes. Het resultaat was een gevarieerd fietsplan dat op hoofdlijnen vastlag met een diversiteit aan streken met zijn eigen sferen, gewoonten, architectuur en bezienswaardigheden. Daarna heb ik familie, vrienden, kennissen en  werk geïnformeerd over mijn (wilde) plannen met zeer uiteenlopende reacties als gevolg, de nodige injecties gehad om ziekten te voorkomen en inkopen gedaan om goed beslagen ten ijs te komen (waaronder een een LIDL tentje, het hoeft tenslotte niet allemaal duur te zijn).

 

Dwars door Duitsland

Eindelijk op 2 juli, na een zorgvuldige voorbereiding en uitgewuifd door familie en kennissen, ging  de reis van start. Onervaren en onwennig hoe ik deze eerste dag door moest komen fietste ik richting het veilige Duitse Hameln, waar een vriend van mij een vakantiehuisje heeft. Van daaruit werd het serieuzer en stond ik er alleen voor. Duitsland verveelt echter niet, dorpjes en het landschap veranderden met de dag. Af en toe was het uren achtereen alleen maar bos, en nog eens bos of akkers en in de verte ook alleen maar akkers. Soms vroeg ik mij wel af of op verschillende plekken in dit land nog mensen woonden. De ene keer op het fietspad, de andere keer alleen maar op “kinderkopjes”, dit ging zo kilometers door.

Eindelijk de Duitse Oostzeekust bereikt.


De koers ging vanuit Hameln richting noorden, naar de streek Mecklenburg VorPommern. Enigszins onverwachts kwam ik door het prachtige Darser Ort, een lagune voor de Oostzeekust van het vasteland tussen  Rostock en Stralsund, ontstaan uit drie eilanden door het spel van wind en stromingen. Een plek waar de kustlijn nooit hetzelfde is en die wonderbaarlijk genoeg alleen bij vakantievierend Duitsland bekend is. Ik heb daar geen Nederlander, Italiaan of Fransman gezien. Vervolgens heb ik, via de enige brug met het vaste land, het grootste Duitse eiland Rucken bezocht. Ook het glooiende eiland Rucken was het bezoeken waard. Met de fiets kwam ik, via fietspaden links en rechts dwars door de langgerekte akkervelden, op speciale plekjes waar een auto niet kon komen.

 

Het mooie Polen

Van Duitsland, via de kustlijn met de Oostzee, op naar Polen. Voor ik het door had zat ik al in Polen te fietsen. Ik had geen grensovergang gezien laat staan een douane. Alleen hele volksstammen Duitsers die bij de grens goedkoop inkopen deden. Ze trokken er met busladingen tegelijk naar toe. Wat direct opviel in Polen was dat er geen herkenning meer was van de taal. Ik verstond de mensen niet meer en wat nog erger was ze verstonden mij ook niet meer. Gelukkig kwam ik af en toe nog iemand tegen die gebrekkig wat Duits kon. Omdat Polen nog nieuw voor me was moest ik nog even wennen aan de wegenstructuur. En al doende leert men. Zo zat ik in het begin in Polen meteen al op de verkeerde wegen te fietsen. Het betrof iedere keer weer een soort provinciale weg/semi rijksweg waar het levensgevaarlijk is om te fietsen. Om dit voor de toekomst verder te vermijden heb ik direct bij het eerste dorpje dat ik aandeed een wegenkaart gekocht van Polen. Daarmee kreeg ik een beetje gevoel waar de grote wegen lagen. Op de GPS was dat niet altijd duidelijk zichtbaar.

Elk dorpje langs de kust waar ik de eerste (Poolse) dagen langs kwam was het kermis. Van verre waren de geluiden al te horen. Blijkbaar zijn de Polen gek op kermissen. Je moet het ongeveer voorstellen als Slagharen midden in elk dorp. En het gekke was dat het in ieder dorp zwart zag van de mensen.

In Swieta Lipka, een klein dorp ergens in noord oost Polen staat een prachtige barokke kerk, 1 van de belangrijkste Mariaheiligdommen van Polen.


Over het algemeen waren de wegen, zoals ook wel bekend, slecht in Polen. Je zag om de haverklap auto’s aan de kant staan met lekke banden. Op zich ook niet zo vreemd als je zag hoe hard men hierover de wegen, met de vele gaten en nog veel grotere gaten, reed. Naarmate ik verder naar het oosten fietste werden de wegen beter en het verkeer minder. Vrije interpretatie van de GPS route werd hier evenals in Oost Duitsland direct afgestraft met een onmogelijk wegdek om te fietsen.

Het eerste doel in Polen was het Slowinskipark. Dit is een Unesco park aan de Baltische kust dat bekend staat als een enorm uitgestrekt gebied van wandelende duinen. De hoogste duin is 42 m hoog. Slowinkipark is te vergelijken met de duinen van Terschelling alleen dan alles uitvergroot. De duinen zijn indrukwekkend hoog en het leek net of ik in de Sahara was beland. Prachtig om te zien. Om er te komen moest ik vanuit Leba (toeristisch dorpje) 8 km door bos en duinen fietsen. Wandelen kon ook maar auto’s zijn er verboden. Er rijden wel elektrische karretjes die mensen heen en weer brengen.

Omdat ik in mijn RTC wielerkleding fietste viel ik hier behoorlijk op. Hoewel ik op de gehele reis tot dan toe haast geen Nederlander heb gezien werd ik in de duinen wel aangesproken door een Nederlands stel die hier vakantie vierden.

Genoeg gezien aan de Oostzee. Het werd tijd om wat af te zakken in Polen en van daaruit naar  het oosten te fietsen. Men zei tegen mij dat ik nu langzamerhand in het mooiste stukje van Polen zou komen. Mauzurie, het land van de “Duizend Meren”, oude bossen, rivieren en hoogvlaktes. Op de eerste camping die ik aandeed stond ik al aan zo’n prachtig meer.

Mijn volgende doel was het Wigierskipark. , Een aaneenschakeling van woudmeren omringd door moerassen en veengebieden. In een dag kon ik hier naar toe fietsen. Omdat dit ook een pareltje is van Polen ben ik hier een dag gebleven. Veel te kort omdat er zoveel te zien was. Ik kwam hier boswachter Adam tegen die me uitvoerig heeft verteld over het ontstaan van dit gebied en waar de mooiste plekjes waren. Het is in ieder geval een gebied om nog eens een vakantie aan te wijden. Wegen in dit gebied zijn in het algemeen goed. Wandel- en fietsroutes zijn er in overvloed en goed aangegeven. En slapen was tot in de wijde omgeving geen probleem. Overal kon ik bij particulieren terecht.

Hierna op weg naar het Bialowiezapark. Om hier te komen moest ik 2 dagen richting het zuidoosten fietsen tot aan de Russische grens. De eerste overnachting had ik in het islamitische dorpje Bohoniki. Een dorpje met ca. 100 inwoners die afstammelingen zijn van de Tartaren. Daar heb ik op een kleine boerderij geslapen te samen met 15 fokpaarden, 2 varkens, 1 koe en nog wat kippen en alles liep door elkaar heen. En mocht je vergeten de deur van het huis te sluiten dan had je een probleem. Er stond dan letterlijk een paard in de gang. Omdat het er zeer goed toeven was ben ik hier nog een dag langer gebleven. In de moskee heb ik nog uitleg gekregen over de geschiedenis van dit dorpje.

Het Bialowiezapark, dat zuidelijk ligt van het Wigierskipark, ben ik (omdat ik op de fiets was) van  de achterkant binnengereden. Toevalligerwijs had ik de toeristische route te pakken. Dit park is een van de oudste parken in Europa en staat ook op de Unesco lijst. Het woud is wereldwijd beroemd vanwege het ongerepte oerbos en de wisent (een soort bizon). Men zegt dat je de wisent gezien moet hebben voordat je Polen verlaat. Toegang tot het hart van het park is alleen mogelijk onder begeleiding van een gids. Hoewel ik het voornemen had om hier een dag voor uit te trekken besloot ik om de volgende dag al te vertrekken. Grote delen van het park had ik tijdens mijn heenreis al gezien en in het oude dorpje heerste compleet massatoerisme. En dat voor nog geen 300 bizons die daar in gesloten vrijheid leven. Toch iets te veel voor mij.

In het Bialowiezapark geen wisent gezien en toch met twee wisents op de foto


Krakau

Hoewel Warschau op het programma stond werd dit massaal afgeraden door de vele Polen die ik sprak. Wat moest ik daar zoeken? Tijdens de oorlog was deze stad structureel gebombardeerd waardoor er nu alleen nog maar een grijze betonnen stad over is. Ga naar Lublin zeiden de Polen tegen me, waar ik ze ook sprak.

Onderweg kwam ik langs de Heilige Berg bij Grabarka; het belangrijkste bedevaartsoord van de orthodoxe christenen in Polen. boven op de Heilige Berg een klein houten kerkje met daarom heen alleen maar kruisen.


Zo gezegd, zo gedaan. Lublin lag voor mij halverwege Krakau, dus dat kwam wel goed uit. De oude historische binnenstad van Lublin ligt op een helling en is inderdaad waard om er een dag in rond te dwalen. Naast de oude binnenstad is Lublin een moderne stad met een goede en duidelijke infrastructuur waar, op het moment dat ik er was, veel werd gebouwd.

Vanuit Lublin ben ik vertrokken richting Krakau. In Krakau stonden voor mij drie onderwerpen op het programma: binnenstad van Krakau, Auschwitz en Wieliczka.

De temperatuur bleek de gehele week boven de 30 graden te zweven dus s’ morgens vroeg op en proberen in de ochtend de grootste afstand te maken. Zo heb ik Krakau in twee dagen weten te bereiken.

En inderdaad, zoals iedereen mij al had verteld, de binnenstad van Krakau moet je gezien hebben.

Een prachtige oude sjieke stad met sferen vanuit de middeleeuwen, renaissance, barok en Jugendstil. Onaangetast door de oorlogen is deze stad prachtig in de avonduren bij tropische temperaturen en volle terrassen. En houd je wat meer van de rust en koelte dan zoek je het park op dat als een ring rondom de binnenstad ligt. Ook daar is het gezellig.

Een belangrijk onderdeel van mijn programma was Auschwitz of zoals de Polen zeggen Oswiecim. Het is wel 60 km vanuit Krakau maar ik zal toch niet de eerste zijn die vanuit Krakau hiernaar toe wilde. Dus het openbaar vervoer leek mij het ultieme middel om hier te komen. En inderdaad de heenweg ging perfect, bus, tram en bus en voor de ingang ben ik, evenals vele anderen met hetzelfde doel, afgezet. Het is echt een dagvullend programma wat mij hier werd voorgezet. Voor mij een zeer ingrijpende dag. Dat de mensheid in deze tijd tot zulke vreselijke dingen in staat kan zijn.

Ondanks de spoedige heenreis was de terugreis een crime. Te lange wachttijden, een te volle bus (dus staan) en met bijna 2 uur lang een bevooroordeelde, chagrijnige chauffeur verder, kwam ik uiteindelijk weer in Krakau.

Hoewel het plan was om vanuit Krakau de zoutmijnen in Wieliczka te bekijken besloot ik naar Wieliczka te fietsen om vandaar uit naar de zoutmijnen te gaan.

De zoutmijnen waren mooi om te zien maar een tweede keer hoeft van mij niet meer. Van vroeger uit is een ondergronds gangstelsel opgezet om zout te winnen met een geschiedenis die teruggaat tot de koning van Hongarije. Dit heeft geresulteerd in een gebeeldhouwde ondergrondse kapel, meren en een stad op een diepte van 60-100 meter onder de grond. Men zegt dat je hier ook kunt blijven slapen voor een schappelijk prijsje. Maar mijn voorkeur ging toch uit naar iets meer buitenlucht.

Op naar Boedapest

Vanuit Wieliczka moest ik een keuze maken hoe ik verder wilde fietsen naar Boedapest. Dwars door het hooggebergte Tatra van Slowakije zoals mijn GPS route aangaf of kiezen voor een alternatief. De temperatuur liep alleen maar op en als ervaren racefietser wist ik welke inspanning het kost om in het hooggebergte boven te komen, laat staan met een trekfiets met volle bepakking bij een temperatuur van boven de 30 graden. Dwars door de bergen zat ik tevens meer op de doorgaande drukkere wegen met vrachtverkeer. Daarom besloot ik de vroegere handelsroute te fietsen die meer door het middelgebergte gaat. Hoewel deze alternatieve route ongeveer twee keer zo lang was dan de geplande heb ik er achteraf geen spijt van gehad. Het was veel rustiger, geen vrachtverkeer en geen eindeloos stijgende wegen. Ik fietste lekker door de dalen, af en toe een bergkammetje over, van het ene dorpje naar het andere dorpje en onderweg genietend van de mooie panorama’s. En zo fietste ik van Polen, door een klein stukje van Tsjechië, in 3 dagen dwars door het gevarieerde landschap van Slowakije.

Dwars door het mysterieuze Slowakije met z’n uitgestrekte weiden en bossen. Campings zijn nauwelijks aanwezig in dit land. Dus maar ergens een goed plekje gezocht voor het overnachten.


Vervolgens bij een temperatuur van rond de 37 graden op naar Boedapest waar onze Hongaarse vrienden al klaar stonden toen ik aankwam. Het was inmiddels woensdag 7 augustus en de kilometerstand stond op 3345 km.

Vier volle dagen ben ik door onze vrienden tot in de nopjes toe verwend. Lekker gegeten, gedronken, bijgepraat en herinneringen opgehaald. Het was alweer 2 jaar geleden dat we elkaar voor het laatst hadden gezien. Met hen samen heb ik de verdere route uitgestippeld om van Hongarije naar Kroatië te komen. De tocht zou via Boedapest naar de noordkant van het Balatonmeer gaan en van daaruit naar een kleine grensovergang (Berzence) over de rivier Drava naar Kroatië.

De tocht naar en vanuit Boedapest was met volle bepakking evenals in andere grote steden een waar staaltje van techniek, improvisatie en mazzel. Het was die dag in Boedapest net als de andere dagen erg warm, druk en de wegen waren te krap voor auto/vrachtwagen en fietser. Ook de fietspaden waren meestal te smal voor mij met mijn fiets en bagage. Wonder boven wonder kwam ik heelhuids Boedapest in en weer uit. Ik ben er wel een volle dag mee bezig geweest. Maar de volgende dag toen ik de drukte van Boedapest achter me had gelaten was het wederom genieten rondom het Balatonmeer en het charmante binnenland van Hongarije.

Het binnenland van Kroatië

De grensovergangen waren ook niet meer de grensovergangen van vroeger met het vele onbegrip van de douanier en de eindeloze files. Had je je vroeger hier doorheen gebeten dan was je in het Oostblok en de wereld was compleet anders.

Maar tijden veranderen. Zo ook bij het verlaten van Hongarije. Vol verwachting, hoe het hier zou gaan om als traveller deze grens te passeren, waagde ik de sprong naar Kroatië. Aankomende bij een heel erg stille grensovergang moest ik, bij het verlaten van Hongarije, bij de douane die blijkbaar niets anders te doen had, voor de formaliteit mijn paspoort laten zien. En daar bleef het bij. Zelfs de slagboom hebben ze voor een fietser als ik niet open gedaan. Bij de volgende grensovergang (Kroatië in) kwam ik er achter dat het nog erger kon. Bij deze grensovergang waren ook de slagbomen gesloten maar was niemand te bekennen. En dat terwijl ik voor Kroatië thuis aparte papieren heb moeten aanvragen. Een illusie armer en maar snel doorfietsen.

Ik kon mij nauwelijks een voorstelling maken van het binnenland van Kroatië. In een Hongaars grensplaatsje heb ik bij een gezin geslapen waarvan de vrouw Kroaat is. Zij heeft mij enthousiast gemaakt voor dit land en mij uitvoering verteld hoe ik het beste kon fietsen. Eerst door het binnenland naar Ogulin fietsen. En dan via Ogulin de bergen over naar de Adriatische kust.

En het klopte. Eenmaal in het binnenland van Kroatië kon ik zeggen dat dit land er mocht zijn. Nog niet bevangen door het massa toerisme was het hier goed toeven. De wegen waren goed; geen asfaltwegen die overgaan in gravel of zandwegen, zoals in Duitsland en Polen nog wel eens wilde voorkomen, en nauwelijks verkeer op de weg.

Het binnenland van Kroatië is gevarieerd: vruchtbare landbouwgronden met op de heuvelhellingen wijngaarden. Het wegennet is goed (en weinig verkeer) en overal plekjes die het verkennen waard zijn.


Het landschap is een mengelmoes van het glooiende Franse land met druivenranken en het Oostenrijkse platteland met links en rechts van de weg kleine boerderijtjes uit de jaren 50. Iedere keer heuvel op en heuvel af. Alle wegen waren goed aangegeven en geen vervuilde wegbermen zoals ik die nog al eens zag in Polen en Hongarije. Ook hier weer plezierige mensen die graag een praatje met je aangaan.

In het binnenland van Kroatië zijn meestal geen campings dus daarom ben ik (zoals wel vaker voorkwam) ingegaan op spontane uitnodigingen om ergens te slapen of anders improviseren in bossen of op velden.

Vlakbij Ogulin heb ik 3 dagen genoten van de stilte van een bergmeer.

Aan de bosrand was een vrije camping zonder voorzieningen die ik deelde met een Kroaat en een Duits echtpaar. En we hadden het die dagen goed met elkaar. Elke morgen bij het opkomen van het zonnetje zat ik mijn eigen gemaakt ontbijtje te verorberen met een heerlijk vers kopje koffie van de Kroaat. Hij was op de motor en hoe hij een en ander bereidde is voor mij altijd een raadsel gebleven.

In het meer wassen, afwassen en avonds nog een verfrissende duik en alles was weer schoon. S’ Avonds gezamenlijk nog een biertje drinken en de dagen waren zo weer om. Ik ben van hier uit in de vorm van een dagrit naar het Plitvicka park (achteraf in totaal 130 km) gefietst. Menigeen die in Kroatië op vakantie is geweest heeft dit werelderfgoedpark met zijn zestien kraakheldere meren en de vele wonderschone watervallen bezocht. Het is er inderdaad prachtig alleen …. stervensdruk met toeristen.

De mediterrane kust van Kroatië

Eenmaal de bergpas over van Ogulin naar Novi Vinodolski en de wereld is compleet anders. In een uurtje tijd, van oeroude loofbomen met statige sparren naar een wereld van kale rotsen, cactussen, voor de fiets uitspringende hagedissen, overvolle campings en drukke wegen. Welkom aan de Adriatische kust.

Door de harde (Bora)rukwinden kostte het mij een half uur voordat ik mijn tent, ergens aan de kust, met op de keien krom geslagen haringen compleet geschoord had staan op een overvolle en veel te dure familiecamping (bij gebrek aan keuze). Even voor de duidelijkheid, normaliter stond mijn tent binnen een minuut spik en span strak tussen de haringen.

De volgende dag toen ik naar het eiland Krk wilde was de Borawind nog niet gaan liggen. Aangekomen bij de brug, die dit eiland met het vaste land verbindt, werd ik door de politie van de weg gehaald. Ik mocht, evenals motorrijders en caravans, het eiland Krk niet op. Op de brug was een te harde wind. Maar nood breekt wet en ik besloot te liften. Een goede zet bleek achteraf want het eerste busje dat stopte bracht mij met fiets en al naar de overkant. Ik heb nog even gezwaaid naar de zure gezichten van de motorrijders die bij mij naast de kant van de weg stonden te wachten op beter weer.

Oversteek naar eiland Krk. Er was nog plek genoeg voor een fiets zei de chauffeur tegen mij.


Eenmaal aangekomen op dit grootste eiland van Kroatië was de Borawind verdwenen. Vanuit Krk ben ik hoppend van het ene eiland naar het eiland naar beneden afgezakt. De overtochten gingen soms met een taxibootje en als de afstand wat groter was met een ferry. Naargelang de bezienswaardigheden bleef ik langer op de eilanden. En eerlijk is eerlijk, het beviel mij wel op de eilanden aan de Adriatische kust. Ik nam er de tijd voor waardoor de dagelijkse kilometers behoorlijk minder werden en de tocht geleidelijk aan overging van reis in vakantie. Van de bezochte eilanden heeft het eiland Brac de meeste indruk op mij gemaakt.

In Kroatië heb ik ook het indrukwekkende nationaal natuurpark Kornati ergens in de Adriatische zee bezocht. Kornati een park van 89 praktisch onbewoonde eilanden. Hier bezoek ik met een rondvaartboot 1 van die eilanden met zijn half ronde kliffen.


Dit twee na grootste eiland van Kroatië met zijn kloven, ravijnen, bossen, pittoreske haventjes en het beroemde strand van Bol heeft zo’n beetje alles wat ik op de andere eilanden te samen heb gezien. Via het vaste land ben ik, langs de kust, van dorpje naar dorpje weer naar het noorden gefietst om vervolgens 19 september vanuit Zadar terug te vliegen naar Dusseldorf.

In totaal heb ik ca. 5700 km gefietst. Toch ging het op het laatst nog bijna mis.

Het gebeurde bij een dagbezoek aan de watervallen van de rivier Kska in Kroatië. Ik heb hier een rondrit van 70 km gemaakt. Het gehele park is nog groter maar dat was niet te behappen op de fiets. De spectaculaire watervallen liggen op verschillende plekken in een soort vallei van kalksteen. Het betreft hier een van de mooiere natuurgebieden in Kroatië. Iedere keer de vallei in was het zonder bepakking volle bak naar beneden. In de haarspeldbochten zocht ik de ideale lijn op, voor de bocht even afremmen, in de bocht knietje naar buiten (doen motorrijders ook) en voelen hoe de banden zich in de tegenverkanting invreten en vervolgens weer aanzetten.

Een ongeval zit in een klein hoekje. Een ieder heeft op school geleerd dat een ongeval kans statistisch toeneemt naar mate de kilometers vermeerderen. En het onvermijdelijke gebeurde en zo was ik vrijdag 6 september na 5200 km aan de beurt. In een soort Tarzanbocht ging het mis. Het voorwiel gleed weg, ik onderuit, een gekneusde rib en een paar schaafplekken rijker. En de fiets ………. die kon ik  5 meter verderop, op het randje van asfalt en niets oppakken.

De reis ging langzamerhand over in vakantie en het einde is in zicht


Vanuit toevallige ontmoetingen heb ik vele mooie en bijzondere mensen leren kennen. Ik heb wodka leren drinken en heb vele malen onder genot van een biertje, soms tot diep in de nacht, mijn verhaal moeten vertellen. Taal is nooit een belemmering geweest. In de ochtend ging het voor mijn doen in mijn beste Engels of Duits. Was het wat later op de dag dan moest men genoegen nemen met Duits of Engels met accent. En tegen het einde van de dag, was neo-Saksisch (mengelmoes van Engels, Duist en Twents) mijn voertaal.

Vele malen ben ik ook met hen in de ene hand en met mijn fiets met volle bepakking in de andere hand door hun partner voor eeuwig vastgelegd. Als een soort jachttrofee zal ik op verschillende familiereünies wel als die gekke Hollander de geschiedenis in gaan.

Nico Rouwers

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Cyclocrossen met hydraulische schijfremmen. (Rudi Nijmeijer)

Misschien zijn hydraulische schijfremmen voor de cyclocrosser wel de grootste innovatie sinds de grote doorbraak van de 29-er wielen bij de mountainbike.
Eerst een klein stukje techniek:
Het probleem is altijd geweest om alle techniek in één shifter te krijgen. Je moet dus met deze shifter schakelen en remmen.
Het remmen ging dus altijd via een mechanische remkabel.

 

De SRAM shifter, duidelijk te zien is de hogere voorkant voor het oliereservoir, handig als extra houvast!

Een tussenoplossing is de mechanische schijfrem van bv. Avid; hier wordt de schijfrem bediend met een remkabel, nadeel is de vuilgevoeligheid en de geringe remkracht.
Een andere oplossing is bedacht door Hope, de remkabel bedient een soort oliereservoir en vanuit dit reservoir lopen hydraulische leidingen naar de hydraulische schijfremmen, nadeel is nog steeds de vuilgevoeligheid en een kwetsbaar, niet mooi uitziend oliereservoir onder de stuurnok.

 

Shimano is zelfs nog een stapje verder gegaan door deze hydraulische remmen te combineren met electronisch schakelen!

 

Nu is het zowel Shimano als SRAM gelukt om het oliereservoir in de shifter te bouwen, wel zijn deze shifters net iets hoger aan de voorkant om de olie onder te brengen, maar sinds deze shifters op de markt zijn is het mogelijk om met dezelfde remkracht te remmen in vergelijking met een mountainbike.

Inmiddels rijden de echt snelle mannen er ook mee en ik kwam een interview tegen met Lars van der Haar op de site van "wielertips.nl"

Interview Lars van der Haar. (Bron: Wielertips.nl)

Hoi Lars. Je prestatie van afgelopen zondag tussen de grote tenoren viel ons op, maar materiaal technisch viel je ons ook op. Hoe kan het dat alleen jij op schijfremmen fietst?

“Ons team wil voorop lopen qua innovatie. Onze fietsenfabrikant Giant wil het allerbeste voor onze crossers. Ook coach Richard Groenendaal wilde graag deze verbetering doorvoeren.Naast Giant moest dus ook onderdelen fabrikant Shimano hard aan de bak, om alles  ‘schijf’ klaar te maken voor dit winterseizoen en het is gelukt!”

 

Heb je ze voor en achter?

“Ja. Omdat je anders twee verschillende remhendels hebt. Bij de mechanische uitvoering is de vorm van de hendel heel anders. Ik denk dat dat niet zo lekker rijdt.”


Wat zijn de voordelen?

“Je hebt niet alleen een meer constante, maar ook een veel sterkere remkracht. Ideaal dus om anderen er in de bochten uit te remmen. Zelf met een slechte start, kan ik dat in de eerste bocht al compenseren. En zoals vandaag met die gladde steile afdalingen, kon ik rustig met de handen op het stuur remmen, terwijl de anderen onder in de beugel met volle kracht in de remmen moesten knijpen. Ik rij daar relatief ontspannen naar beneden.”


En zijn er nadelen?

“Op een zand parcours zul je soms misschien iets horen, omdat er wat zand tussen blijft zitten. Maar dat voel ik niet en heb ik geen last van”.


Wat vraagt het qua aanpassingen van de fietsen bouwers?

“Een frame moet aanpassingen hebben om de speciale remhoeven te monteren, net als bij veel mountainbikes. En de wielen moeten speciaal voor schijven zijn gemaakt. Dus we hebben heel veel nieuw materiaal, nu we deze overstap gemaakt hebben”.


Maak je er op elk parcours gebruik van?

“Ja. Ik heb zowel op snelle en technisch zware parcoursen voordeel. Op een snelle omloop kan ik hele scherpe binnenbochten nemen en met technische afdalingen rijd ik comfortabeler naar beneden. Ik heb de fiets veel beter onder controle dan voorheen”.


Wanneer zien we je concurrenten volgen?

“Ik denk dat er volgend jaar wel meer concurrenten mee zullen rijden. En het jaar erop bijna iedereen. Van mij mogen ze er nog wel even mee wachten..”

Hoe lang heb je de schijfremmen getest?

“Al vanaf maart heb ik alle materialen uitvoerig getest. Het blijft spannend nu de echte wedstrijden zijn begonnen, maar het werkt super!”


Hoe werk het?  En kan het nog verbeterd worden?

“Het werkt op oliedruk en geeft daardoor veel meer remkracht, zonder daar veel moeite voor te hoeven doen. Dit geeft me veel meer ontspanning tijdens de koersen. Het blijft altijd zoeken naar verbeteringen, maar ik ben enorm enthousiast. Misschien dat ik de oliedruk nog iets omhoog laat afstellen, zodat ik de rem minder hoef in te knijpen. Maar dat is echt de finetuning”.

En tot slot de allerbelangrijkste vraag: adviseer je onze Wielertips-volgers om ook met schijfremmen op de crosser, het veld in te gaan?

“Ja natuurlijk! Het remt beter en dus is het veel veiliger. De enige tip die ik een toerder op een crosfiets geef, is hardere remblokken te kiezen. Die gaan langer mee. Ik kies in wedstrijden voor iets zachtere in de voorrem, maar die heb je op recreatief niveau niet nodig. Ik heb elke koers nieuwe remblokken. En voor mensen die een hekel hebben aan poetsen. Onderhoud is snel gedaan, je hebt minder bewegende delen”.

Ben je dus een fanatiek cyclocrosser dan loont het zich echt om bij fietswinkels eens rond te gaan neuzen en je te informeren over de hierboven besproken remmen.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Clubkleding (Emiel Nijhuis)


Zoals jullie ongetwijfeld weten is er voor de aanschaf van nieuwe clubkleding een kledingcommissie in het leven geroepen. Deze kleding commissie bestaande uit de volgende personen; Niek Velthuis (Groep 1), Hans Pool (Groep 2), Thea Arends (Groep 3), John Groeneveld (Groep 4) en Jan Pauptit (Groep 60+) heeft afgelopen weken een hoop werk verzet om een goed advies uit te kunnen brengen.  In totaal is bij een viertal leveranciers een offerte opgevraagd en is desbetreffende kleding getest. Op basis van prijs, kwaliteit, draagcomfort, design en leveringsgaranties is door de kledingcommissie een advies aan het bestuur uitgebracht. Het bestuur heeft het advies van de kledingcommissie overgenomen.
Dit betekent dat op korte termijn en wel vanaf zaterdag 4 januari t/m zaterdag 11 januari 2014 de kleding gepast kan worden bij Kamphuis Rijwielen. Omdat goed passende kleding bijdraagt aan het draagcomfort verzoeken wij jullie gebruik te maken van deze mogelijkheid om te passen.
Zoals in de statuten van onze vereniging is aangegeven zijn clubleden verplicht clubkleding te dragen bij de wekelijkse clubritten. Dit betekent dat iedereen die deelneemt aan de clubritten komend jaar nieuwe kleding dient aan te schaffen. De huidige clubkleding en styling  kunnen wij helaas niet aanhouden omdat er een wisseling van sponsoren heeft plaatsgevonden. Zoals jullie wellicht weten is Smithuis – Pre Pain afgehaakt en is een  tweetal nieuwe sponsoren aangetrokken te weten; Morein Plastics en Welkoop Denekamp.  Naast deze nieuwe sponsoren blijven Kamphuis Rijwielen en Rabobank Twente Oost  als clubsponsor voor de komende drie jaar aan de RTC Twente verbonden. In de eerste week van januari krijgen jullie via de mail nadere informatie over de procedure en de prijs voor de aanschaf van nieuwe clubkleding.
Met de aanschaf van nieuwe kleding blijven we met een voorraad oude kleding zitten. Om van deze voorraad oude kleding af te komen hebben wij gemeend de oude kleding tegen sterk gereduceerde prijzen aan te bieden. ( Zie onderstaand overzicht!)
De oude kleding kan dan gedragen worden buiten de clubritten om, wees er snel bij want op is op!

PRIJSLIJST OUDE RTC KLEDING    Prijzen per 01/11/2013
1) Koerstrui korte mouw     EUR  12,50
2) Koerstrui lange mouw     EUR  12,50
3) Koersbroek met zeem kort     EUR  25,00
4) Lange broek (zonder zeem) met bretels     EUR  20,00
5) Body protector (bodywarmer)    EUR  10,00
6) Winterjack     EUR  20,00
7) Sokken    EUR    2,00

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Groep 60 + (Emiel Nijhuis)

Het gerucht ging al een lange tijd maar bij deze de bevestiging van het ontstaan van een nieuwe groep binnen de RTC Twente. Na Groep 1, 2, 3 , 4 a en b is de geboorte van een 6e groep een feit. De nieuwe naam van de groep is verrassend, geen Groep 4 c of Groep 5, maar Groep 60 +
Is de indeling van de overige groepen op basis van snelheid, voor de Groep 60 +  worden andere selectie criteria gebruikt. Groep 60 + is niet een groep die uitsluitend bestaat uit mensen die de 60 gepasseerd zijn. Al moet gezegd worden dat de leden uit deze groep veelal wel een leeftijd hebben die doet vermoeden dat dit wel degelijk een selectie criterium is.  Het zijn veelal leden van het eerste uur van RTC Twente die het inmiddels wat rustiger aan willen doen.  Een groep ontstaan uit leden van Groep 3 en 4 die zich in deze groepen niet meer helemaal op hun gemak voelden. Een groep die graag in RTC clubverband wil fietsen, maar vooral geen competitie binnen de groep wil. De gemiddelde snelheid is niet meer belangrijk, geen drang meer naar prestaties, geen wedstrijd maar gewoon lekker fietsen over afwisselende routes onder het motto “Samen uit – Samen thuis”.
Het tempo in de groep wordt bepaald door diegene met de minste conditie en of kilometers in de benen. Een sociale instelling is vereist, geen haantjes gedrag, maar vooral gezelligheid en aandacht voor de veiligheid. RTC Twente vergrijst en deze nieuwe groep 60 + speelt daar goed op in. Een groep met groei potentie lijkt mij zo!

 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De Nationale Erfgoedcollectie (Jan Goossink)

Op dit moment wordt hard gewerkt aan het in kaart brengen van de Nationale Erfgoedcollectie van het Huis van de Wielersport. Een tiental leden van RTC Twente werken elke dinsdag hieraan mee. De erfgoedcollectie is opgeslagen in een ruimte aan de Hanzeweg 7 in Denekamp (industrieterrein).

Met het in kaart brengen wil het Huis de collectie bereikbaar maken voor het brede publiek. Het gaat hier om een unieke collectie over de periode 1900 tot heden. De erfgoedcollectie wordt met grote regelmaat geraadpleegd door media, auteurs, onderzoekers en professionele instanties.


Het begint bij de basis: materiaal uit de dozen pakken.

De collectie is omvangrijk. Alle stukken zijn opgeslagen op bijna 300 meter plank verdeeld over zes stellingen. De boeken, foto’s, kranten, tijdschriften, etc. zijn inmiddels opnieuw geordend naar categorie, jaartal, enz. De komende weken volgt een tweede herschikking. Hierna wordt elk object voorzien van een nummer en ingevoerd in een Excelbestand, waarbij een korte omschrijving en een aantal kenmerken worden vastgelegd. Aan het eind van de bewerking wordt een planknummer toegekend. Op deze manier wordt duidelijk uit welke eenheden de collectie bestaat en waar je ze kunt vinden.

Alles wordt digitaal in bestanden vastgelegd.

Voor deze opdracht is veel mankracht nodig. De werkzaamheden vinden wekelijks plaats op dinsdagmiddag van 13.30 tot 16.30 uur en op dinsdagavond van 19.00 tot 21.30 uur. Gebruikelijk wordt op dinsdagmiddag gefietst en bieden de avonduren betere mogelijkheden. Is het weer slecht en kan er niet worden gefietst dan is de middag een mooi alternatief. Meer mankracht is welkom! Heb je belangstelling en wil je graag meedoen, stuur dan even een mail naar Jan Goossink (goossink@home.nl) of Hans Stokkelaar (hansstokkelaar@hotmail.com) of kom gewoon op een dinsdagmiddag of – avond naar de Hanzeweg 7.

Uiteindelijk lijkt het net een bibliotheek!


Uiteraard ben je op de dinsdag ook welkom als je gewoon een kijkje wilt nemen. En wil je graag een boek lenen uit de collectie, dat kan ook. Op dinsdagmiddag of dinsdagavond is er altijd wel iemand die je kan helpen. We leggen de uitleen dan even vast in een bestand en daarna heb je vier weken de tijd om het boek in te zien of te lezen. Een vrije bijdrage wordt op prijsgesteld voor de instandhouding van de  collectie.

 


Hoofdsponsor van RTC Twente - Fietz Denekamp Hoofdsponsor van RTC Twente - Morein Kunststoffen Hoofdsponsor van RTC Twente - Rabobank Denekamp Hoofdsponsor van RTC Twente - Welkoop Denekamp