Hoofdsponsor van RTC Twente - Fietz Denekamp Hoofdsponsor van RTC Twente - Morein Kunststoffen Hoofdsponsor van RTC Twente - Rabobank Denekamp Hoofdsponsor van RTC Twente - Welkoop Denekamp

Wielcontact september 2010

 

Dolomieten 2010 Groep 1

  

Sinds maart zijn de spanningen in groep 1 al waarneembaar. We gaan weer naar Arabba. Iedereen zorgt er voor dat de vormpiek op eind augustus ligt. De één doet dit door zich te richten op het fietsen van lange afstanden en daarmee voldoende inhoud te kweken. Een ander zorgt er voor dat het vetpercentage zo laag mogelijk ligt waardoor je geen overtollige kilo's mee bergop neemt en een derde fietst gedurende het hele seizoen zoveel mogelijk bergop om specifieke klimvaardigheden te trainen. En dan heb je natuurlijk renners die 'gewoon' in groep 1 hun rondje meedraaien of hun wedstrijdjes meepakken en wel zien waar het schip strand op de flanken van de steile hellingen.

 

 

Wim (abandon) Nijmeijer en Rudie (de Kneet) Nijmeijer, Henk Knol (alias Jean Marie Pfaff), Stefan (abandon) Pernetta, Kopman Harald Derksen, Meesterknecht Mirgo Koehorst, Michel (de) Kruiper, Stylist Niek Velthuis, Stoemper Harrie Groener, Rene (BaCo) Brummelhuis en Gerwin (Menchov) te Velthuis zijn in topvorm als ze naar Arabba afreizen. Ook Yvo Outsider Mittendorff heeft zijn vakantie met zijn vriendin Annemieke zo ingedeeld, dat ook hij één dag mee kan fietsen. Het blijkt dat ook hij aardig bergop mee kan komen. Hierbij moet worden opgemerkt dat hij al een trainingsstage op de Stelvio heeft gehad.

 

 

 

Bij aankomst op woensdag 25 augustus is er geen tijd voor andere zaken dan fietsen. Rudi heeft zoveel zin in fietsen dat hij zich in auto al aan het omkleden is om geen tijd te verliezen. Uiteindelijk zal hij dan ook de meeste kilometers van ons allemaal maken. Het z.g. Sella-rondje moet nog worden gefietst voor het avondeten. Anderen beperken zich tot het beklimmen van de Pordoi en weer een ander spaart de krachten voor wat nog gaat komen de volgende dagen.

 

's Avonds is al vrij snel een gezellig kroegje gevonden. Maar gaat het nou om de muziek, de drank, of om de afgelikte boterhammen ehhh....Slowaakse dames achter de bar? Voor een paar mensen, waarvan ik de namen niet zal noemen om privacyredenen, gold absoluut dat laatste. Zij waren op een bepaald moment zelfs twee keer per dag te vinden in de bar?! Opvallend genoeg toonde de enige vrijgezel in ons midden niet veel interesse.

In deze kroeg kennen ze ook een Nederlands repertoire. Guus Meeuwis met 'het is een nacht' komt elke dag tot vervelends toe voorbij. De bediening is overigens niet gewend van een groep Nederlanders dat er zo weinig alcohol vloeit. Als we uitleggen dat we wielrenners zijn en de dames onze gespierde, afgetrainde, geschoren benen laten zien worden ze helemaal idolaat van ons. Ze willen dan ook direct op de foto met degenen die de mooiste benen hebben. Of willen de heren op de foto met de dames omdat zij zulke mooie benen hebben? 

 

De dag erna besluiten we om achtereenvolgens de Campalongo, Gardena, Sella en Fedaia te fietsen. Een rit van ongeveer 85 kilometer. Nu worden de krachtsverhoudingen duidelijk zichtbaar. Bovenop de cols wordt netjes op elkaar gewacht. Het afdalen is een kunst. De Italianen schijnen nog vakantie te hebben dus is het enorm opletten. Stefan blijkt een sterk daler te zijn en op de Fedaia ligt zijn hoogst gemeten snelheid ruim boven de 90 km/pu.

 

 

Dat was helaas ook het laatste opzienbarende feit wat Stefan heeft laten zien. Op de derde dag wordt hij ziek en moet noodgedwongen op de Falzarego opgeven. De derde dag kent nog een uitvaller. Na een klapband in de afdaling van de (veel te steile) klim naar Tre Cime gaat Wim onderuit. Gelukkig heeft hij zelf nauwelijks schade opgelopen, in tegenstelling tot zijn nieuwe peperdure fiets. Hierdoor kan ook hij de laatste dag niet fietsen. Wim wordt keurig door een Italiaan, die geen Engels en Duits kan spreken, naar beneden gebracht waar wij met z'n allen genieten van koffie, cola, gebak en pizza's.

Tip! Gebruik geen carbonnen velgen in de bergen. Carbon voert de hitte van het remmen niet af, waardoor de binnenband oververhit kan raken met als gevolg een klapband. Daarnaast neemt de remkracht af bij hete velgen. Ook Michel en René ondervinden hier hinder van waardoor ze niet voluit kunnen dalen.

 

 

Iedere avond aan het, overigens prima en goedkope, avondeten vindt dezelfde discussie plaats. Wat gaan we morgen fietsen? Deze avond blijkt dat sommigen toch wel een beetje aan het eind van hun krachten zijn. Anderen willen 'gewoon' lekker fietsen en twee personen gaan voor de 7-passentocht. We splitsen de groep dus op. Om 8.30 uur zitten Rudi en Gerwin al op de fiets voor de langste tocht van 145 kilometer. Dit zijn achtereenvolgens de Pordoi, Sella, Gardena, Valparola, Giau, Fedaia en weer de Pordoi van de andere kant. Mirgo, Harald, René en Niek kiezen een wat kortere route van ongeveer 100 kilometer en Harry, Michel en Henk fietsen, ondanks hun mindere benen, toch nog een route van zo'n 80 kilometer.

Op de Giau staan Wim en Stefan de deelnemers aan de langste tocht op te wachten met proviand waarvoor nogmaals mijn welgemeende dank. Helaas zijn ze de groep Harald, Mirgo, René en Niek net misgelopen. Ook op de vreselijk steile Fedaia, met enorme lange stukken van 15% gemiddeld, is het prettig dat ook daar Wim en Stefan op de top staan te wachten. Gerwin met zijn 39-27 verzet harkt zich op kracht naar boven en Rudi danst met z'n trippeltje naar de top.........of niet? Op de Pordoi wordt het toch nog een heuse prestigestrijd tussen de beide opponenten.

 

's Avonds aan het avondeten en in de hierboven genoemde kroeg worden de fietservaringen van de afgelopen dagen geëvalueerd. Sommigen liggen om 21.30 al in bed, anderen pas ruim na middernacht. Zondagochtend rijden we om 6.00 uur in een strak tempo naar huis. Harry, René en Michel kunnen om 2 uur vanuit München hun vlucht pakken naar Münster. Ondanks het prachtige weer in Italië, de schitterende natuur en het heerlijke fietsen verlangt iedereen uiteindelijk toch wel weer naar zijn eigen huis terug.

  

Gerwin te Velthuis

 

 

 

Ride for the roses en Spinning4Life

 

Beste sponsoren,

Wat waren het 2 mooie weekenden en wat was de opbrengst super!

Zaterdagmorgen 4 september klonk het startschot rond 7:45 uur. Met 80 fietsers, één materiaalwagen, rond de 10 motars, 2 verzorgingswagens en een fotograaf met chauffeur verlieten we het Plechelmusplein in Oldenzaal,  op weg naar Venlo. Het was een prachtige route die ons via Twente, de Achterhoek door Duitsland naar Venlo luidde. De sfeer onderweg was fantastisch, het weer uitstekend en de wind was ons gunstig gezind.

 

Rond 16:30 uur werden we onthaald door de burgemeester van Venlo,

Foto's staan op http://www.pre-ride-twente.nl/jaar_2010/fotos.php

De Ride, zondag 5 september, was erg bijzonder. Meer dan 10.000 mensen die muisstil luisterden naar "The Rose" van Bette Midler en na een oorverdovend startschot begonnen aan hun bijdrage voor de strijd tegen kanker. Iedereen fietste zijn eigen "wedstrijd". Geen sportieve wedstrijd, maar wel een strijd om te winnen. Ruim euro 820.000,00 leverde de dag op.

Daarvan hebben jullie euro 1.250,00 bijgedragen. Meer informatie kun je ook lezen op www.ridefortheroses.nl

En dan afgelopen zondag; "Spinning4Life" in Oldenzaal. Nog nooit had ik met een groep van 170 mensen "gespind", wat een happening! Na 4 uur spinnen weet ik één ding zeker, ik zit liever het dubbele aantal uren op de fiets. Het was afzien, erg zwaar. Gelukkig was de saamhorigheid erg groot en dat geeft je veel inspiratie en motivatie dus je gaat gewoon door.

Je weet natuurlijk ook dat je het voor een goed doel doet. De eindopbrengst was euro 13.900,00. Maar liefst euro 1.500,00 kon ik aanbieden en dat gaf een goed gevoel!

Voor iedereen die meer wil weten over de dagen heb ik een aantal bijlagen toegevoegd en een link naar een kort filmpje. Het gaf mij ontzettend veel plezier en voldoening om een bijdrage te mogen leveren aan de strijd tegen kanker. Volgend jaar kunnen ze weer op mij rekenen. Nogmaals veel dank voor jullie sponsoring.http://www.zie.nl/video/sport/Emotionele-Ride-for-the-Roses/m1fzmpkfpb6y

Met vriendelijke groet,

Remco Wevers

 

Groep 1 door een andere bril! 

 

 

Voorwoord:

Met veel plezier heb ik jarenlang in Groep 1 op zondagmorgen mijn krachten gemeten en gesprint om de eindzege.  Als voorzitter van de RTC (tekst cursief geschreven) ervaar ik het trainingsritje van Groep 1 op de zondagochtend nu toch even iets anders. Hieronder een verslag van zo maar een zondagochtend.

 

Na de ongelukkige valpartij op de tweede paasdag, was ik lange tijd niet meer meegefietst met groep 1. Op 20 augustus j.l. liet ik mij door Rudi Nijmeijer overhalen het maar weer eens te proberen.

Het was,  zoals wel vaker in Groep 1, een kleurrijk gezelschap. Niet alleen het oranje-blauwe  RTC- clubtenue maar ook andere creaties waren te ontdekken. De OWC was goed vertegenwoordigd, maar ook Barloworld, Asito en Enrichment Technology reden mee in het peloton.

 

Even getwijfeld of ik iedereen persoonlijk moest gaan wijzen op het dragen van clubkleding, maar dat zou wellicht teveel energie gaan vergen. Energie die ik waarschijnlijk nog hard nodig zou kunnen hebben na zo'n lange afwezigheid.

 

Gelukkig werd er rustig vertrokken en had ik even tijd om met Rudi Nijmeijer de vakantie ervaringen uit te wisselen. De rust duurde echter maar kort want net nadat we bordje Denekamp gepasseerd waren, ontsnapten Rene Borgerink, Harald Derks en Joost Kemna aan de aandacht van het peloton. Het twee aan twee fietsen veranderde al snel ik kop over kop. De snelheid moest immers omhoog om de koplopers niet uit het oog te verliezen. Ik zat dan ook al weer snel op mijn vertrouwde plekje in Groep 1, of wel het laatste wiel. 

 

Met weemoed dacht ik terug aan de afspraak van jaren terug die luidde dat er tot aan de tweede passage van de Lönsberg niet gedemareerd mocht worden. 

 

 

Nu tijdens de eerste beklimming van de Lönsberg begonnen de beentjes al weer aardig "vol" te lopen. Niet getreurd ik zat ook bovenop de Lönsberg nog in de groep en de koplopers waren nog steeds in zicht.

Nadat we de voorrangsweg Uelsen - Tubbergen overgestoken waren werd de snelheid weer opgevoerd. Met de wind van opzij zat ik al gauw in de "mongolen" waaier. We (ik en de overige leden uit Groep 2)  zaten zoals je dat noemt aan het elastiek. Plotseling het voor insiders  bekende geluid van een valpartij. Verschrikt kijk ik achterom. Inderdaad een valpartij met als voornaamste slachtoffer Bertil Scholten Lubberink.  Bertil bleek over een steen gereden te zijn die nog door "niemand" was gezien.

 

Onder het motto; "Ieder voor zich en God voor ons allen", rijdt Groep 1al jaren zijn vaste rondje.  Bertil als lid van Groep 2, was van deze ideologie nog niet op de hoogte en had toch minimaal van iemand uit de groep een waarschuwing verwacht. De steen waarover hij was gevallen was immers moeilijk als grind of kiezel te kenschetsen.

 

De schade viel gelukkig mee en Bertil kon weliswaar met de nodige schaafwonden, gescheurde kleding en bebloede elleboog huiswaarts.  "Mooi" op tijd thuis voor de verjaardag van zijn dochter!

Na enkele leuke opmerkingen in de trant van "Emiel ik dacht dat jij er weer bij lag" of  "Emiel ben je vandaag wel op de fiets blijven zitten" vervolgde Groep 1 zijn vaste route richting Wilsum. Rene Borgerink en de zijnen waren inmiddels uit beeld verdwenen.

De ongeschreven wet dat er gewacht wordt na een valpartij behoort bij enkele leden van  Groep 1 waarschijnlijk inmiddels ook tot het verleden!

 

Daar waar een deel van de groep nog even zat bij te komen van de valpartij vonden Remco, Rik en Theo het in Itterbeck de hoogste tijd voor een avontuur. Binnen no-time had ook dit drietal een "mooie" voorsprong opgebouwd. Gelukkig zaten er in de groep nog een aantal klasbakken en al gauw liep de teller weer op tot ver boven de veertig.

In een "prachtige" waaier die de gehele weg in beslag nam werd de achterstand verkleind.

 

Tegemoet komende fietsers zochten uit beleefdheid of was het bezorgdheid de berm op, om deze wielergekken toe te schreeuwen of uit te joelen.  Stilletjes vraag ik mij af of ik de enige ben die zich hierover verwondert.

 

Onderaan de Lönsberg komen Theo, Remco en Rik weer in beeld en net voor Lattrop worden ze in  de kraag gegrepen. De snelheid blijft hoog en de Lattropperstraat wordt mede vanwege de wind over de volle breedte gebruikt. 

In de bocht bij kampeerboerderij Bossem moet een tegemoet komende auto vol in de rem om een aanrijding met de groep te voorkomen. Onze hardrijders zijn niet echt onder de indruk.

Even verderop probeert een geirriteerde autorijder die blijkbaar de groep niet kon passeren, Ruud Wolkotte aan het schrikken te maken door rakelings langs hem heen te rijden. Ruud schenkt nauwelijks aandacht aan deze manoeuvre van de automobilist. Wellicht is hij in opperste concentratie zich aan het opmaken voor de eindsprint.

Bij het huis van Marga Bult opnieuw een bijna aanrijding met een tegemoet komende auto en dan kan de eindsprint ingezet worden.  Ruud Wolkotte wint afgetekend, sprinten kan ie en dat heeft hij nog niet verleerd.

 

Ik laat de sprint  aan mij voorbij gaan. Afgezien van het feit dat ik geen schijn van kans maak in de sprint, verbaas ik mij over de risico's die genomen worden in de finale en als heel normaal worden ervaren. Hoelang is het geleden dat ik zelf aan dit soort finales deelnam? Voor mijn gevoel is het jaren geleden maar zolang ben ik toch nog geen voorzitter!

  

Emiel Nijhuis

 

 

 

Groep 2 naar de Vogezen

  

Het wegseizoen zit er bijna op. De meeste clubleden zitten wellicht alweer te dagdromen over de vele prachtige veldtoertochten die komend winter zullen worden georganiseerd.  Een enkeling heeft wellicht al meegedaan aan de ATB-marathon in Tubbergen, Groep 2 echter is nog volop in training op de weg voor de Vogezen.

Vrijdag 24 september a.s. vertrekken Niels Koehorst, Marc Wisseborn, Rene Borgelink, Geert Lohuis, Benno Morsink, Hans Pool, Raymond Hofstee, Jeroen Oude Elferink en Emiel Nijhuis naar de Vogezen. De reis, het hotel, de routes en zelfs het avondprogramma is geregeld. En nu maar hopen dat het zonnetje geen verstek  laat gaan zo laat in het seizoen!

 

 

Interview Hennie Kuiper 

 

Het is dinsdagavond, half 7. De sneeuw dwarrelt zachtjes naar benee. De natuur krijgt een prachtig romantisch aangezicht.Ik ben op weg naar Hennie Kuiper. Ik ben licht opgewonden. Ik heb immers een interview zo meteen met Hennie.

Het is lang geleden, dat ik uitgebreid met hem heb kunnen praten. Ik verheug me op een 'hernieuwde' kennismaking.Marianne doet de deur open en begroet mij hartelijk. Ik kom binnen in een smaakvol ingerichte woonkamer. Hennie is nog even bezig  om zijn kleinkinderen te plezieren met een juiste videoband. Ik merk meteen op, dat Hennie erg leuk met de kleinkinderen omgaat.

Koffie en thee worden ingeschonken en Hennie stelt mij nader voor aan Marianne: de anekdotes uit de oude doos,vliegen over tafel: Hennie vertelt er een, die ik al niet meer weet: samen met Henk Scholten bevind ik mij in de keuken van het ouderlijk huis. Er is veel jolijt en ondeugd. Er ligt een schaar op tafel en op een gegeven moment zijn Henk en ik bezig gegaan elkaar te kortwieken. De volgende: Wederom bevinden we ons in de keuken en Hennie vertelt uitgelaten over zijn ervaringen met Tour de Junior in Achterveld. Daar willen Henk en ik natuurlijk ook aan mee doen. Achterveld ligt immers om de hoek. Mijn vader heeft er immers ook nog grond liggen. Ik ken de plek als mijn broekzak. Dacht ik............!!!!!! Blijkt  Achterveld ook een klein plaatsje te kunnen zijn in de buurt van Amersfoort. Spat me daar even een droom uiteen.!! Ik kan natuurlijk niet achterblijven en vertel mijn anekdote: fiets ik daar in mijn uppie  op de parallelweg, richting Denekamp. Als ware sluipmoordenaars naderen mij Hennie en Herman Snoeyink. Ze komen allebei naast mij fietsen en plotseling, nietsvermoedend trekken ze toch mijn racebroek over het zadel. Ik: hoogstverbaasd. Fiets ik daar ineens in mijn blote kont. Preuts als ik toen nog was. Wat ik vervolgens allemaal heb uitgekraamd, laat ik maar achterwege.

De koffie is op, de kinderen  zijn naar bed en ik vervolg het interview op het kantoor. Het kantoor is prachtig vol gehangen met grote posters van een winnende Hennie. Ik vind ze allemaal even prachtig en stel aan Hennie de gewetensvraag: " welke overwinning is je het meest dierbaar, beter gezegd: welke is de belangrijkste?". Hennie hoeft niet lang na te denken: hij wijst de poster aan van zijn overwinning in München, Olympische Spelen 1972. 

Met deze overwinning, heb ik de poort geopend op weg naar een profcarriere. Hennie vertelt: "ik heb daar een grootse prestatie neergezet. Nog nooit is dat een Nederlander voor mij gelukt. Ik heb een solo van ruim 40 kilometer gefietst. Dat is zelden vertoont. Na mij, geloof ik, alleen die Rus, met die moeilijke, lange naam: Sergej Nikolajevtsj Soechoroetsjenkov. Ik had me geweldig op deze wedstrijd voorbereid. Twee jaar lang was ik al gepasseerd voor een WK-selectie en nu zou ik toch eens wat laten zien.....! Ik was op en top gemotiveerd.

Wel even gebaald onderweg van die valpartij, maar dankzij het beulswerk van Knud Knudsen kwam ik spoedig weer terug in het peloton. Ik wist vervolgens precies hoe ik het zou gaan doen, ondanks 'adviezen' van Cees Priem. Een paar ronden lang wordt er afgewacht en "gelanterfanterd". Fedor den Hartog dreigt weer met een aantal renners  aan te sluiten bij onze groep en op dat moment kies ik het hazenpad.  De rest is bekend.

Hennie staat ook nog even stil bij het gijzelingsdrama, dat toen heeft plaatsgevonden. Er is immers nogal veel van doen geweest, rondom de sporters, die doorgingen. Lang niet iedereen in Nederland kon sympathie opbrengen voor diegenen, die toch doorgingen. Hennie heeft het zo gezien: "ik was nog jong. Ik had mij erg goed voorbereid, zowel mentaal als fysiek. Na tweemaal te zijn uitgesloten van een WK, mocht ik nu mijn kunstje laten zien in een geweldige ambiance. De hele wereld kijkt  immers toe. Je bent eigenlijk alleen bezig met je wedstrijd en met wat er verder om je heen gebeurt, ben je niet zo mee bezig. Je bent gefocust op die wedstrijd. Je zit dan toch in een soort  tunnelvisie. 

Van Averly Brundage mochten de Spelen ook doorgaan middels de welbekende spreuk: The Games Must Go On. Laat je de Spelen stoppen, dan speelt dat ook weer in de kaart van de terroristen. Dit samengevoegd met een stukje naiviteit, dat je op die leeftijd toch wel hebt, ben ik toch aan de wedstrijd begonnen. Het was een instelling en beslissing, die ik toentertijd heb genomen. Met de kennis en ervaring, die ik nu heb, kan ik mij zomaar voorstellen, dat ik nu anders zou hebben beslist".

We gaan terug naar de jaren zestig: het Twentsche platteland is vooral agrarisch ingesteld. Er is nog veel handwerk te doen, maar her en der zie je toch al ontwikkelingen, die leiden naar meer mechanisatie en schaalvergroting. In deze jaren is echt nog sprake van gemengde bedrijven. Dus boerderijen met alles erop en eraan: koeien, varkens, kippen, her en der een verdwaald schaap en akkerbouw. Op deze bedrijven dient hard gewerkt te worden en alle beschikbare handen worden ingezet. Sport en sportbeleving is bij vrijwel al dit soort families en bedrijven, nog een ver-van-mijn-bed-show.

Zo niet bij de Kuipers: Broer Gerard rijdt in 1963, onder erbarmelijke omstandigheden, de legendarische Elfstedentocht. De dag ervoor per trein naar Friesland, tocht rijden, met de trein terug naar Oldenzaal en op de fiets weer naar Noord-Deurningen. Laat thuis, iedereen wordt wakker gemaakt en Gerard vertelt zijn verhaal. Heel gewoon! Dat het legendarisch en heroisch was, wordt pas jaren later onderkend.Een paar broers voetballen bij DOS '19 en de jongste rijdt al een poosje  wilde koersen.

Ik kom binnen bij de familie Kuiper, als ik een jaar of 14 ben. Ik leer het gezin kennen als een warme, vriendelijke familie. Je voelt je er altijd welkom. Vader maakt op mij een lieve en wijze indruk. Moeder is druk en fanatiek en al besmet met het wielervirus. Ik hoor het haar nog zeggen: "Toe jongens, ga toch fietsen, dat is goed voor jullie en daar wordt je sterk van".Als rode draad door het verhaal, dient de drijfveer te lopen: in den beginne, de profcarriere zelf en het heden.Hennie is op een goeie keer aanwezig bij een wilde koers in Denekamp. Zijn broer doet ook mee. Hennie wordt gegrepen: hij maakt met zichzelf de afspraak, dat hij volgend jaar ook mee wil doen. Hij gaat sparen en het jaar daarop staat hijzelf aan de start.

In die tijd is Theo Meijer de grote animator van het wielrennen in Denekamp. Bekende namen zijn ook nog : Bernard Wolkotte, Johan Pegge, Johan Grobbe.De start is telkenmale bij Koop'n Bakker en fanatiek gaat het dan richting Ootmarsum. Wie lossen moet heeft pech gehad. De biografie van Gerrit Schulte wordt verslonden. Van het blad Sport 80 wordt iedere letter gelezen. Aldoende verkrijgt men veel kennis over wedstrijden, tactiek, materiaal, voeding en trainingsmethodes. Aanvankelijk wordt er alleen deelgenomen aan wilde koersen in de buurt, maar weldra wordt Duitsland "onveilig" gemaakt. Er wordt immers goed gewonnen. Hennie rijdt zich allengs meer en meer in de picture en als het tijd wordt om amateur te worden, krijgt hij een contract aangeboden bij HDW.

 

Een firma uit Deventer. Hennie ontwikkelt zich voorspoedig: hij wint koersen, leert waaier rijden en wordt opgemerkt door Joop Middelink, de toenmalige bondscoach. Hij mag deelnemen aan buitenlandse wedstrijden. Krijgt trainingsfaciliteiten van zijn baas, Volkering en Westerhof en Hennie heeft inmiddels Broer Olde Keizer leren kennen, die hem de fijne kneepjes van het vak onderwijst. Hij komt in nationale selecties te rijden, maar de teleurstelling is groot, dat hij ondanks goede prestaties, 2 x maal over, niet uitverkoren wordt, om deel te mogen  nemen aan de wereldkampioenschappen.

Hennie speelt niet op (= "negatieve energie"), maar gaat onverdroten verder en loert op zijn kans. ( = "positieve energie") Die pakt hij in 1972. Een van zijn gelukkigste momenten uit zijn wielerleven.Hennie vertelt over deze begin- en amateur periode erg positief en kijkt er zeer tevreden op terug: "het was een periode van pionieren, gezelligheid en hard werken aan je sportieve mogelijkheden. Hennie merkt op dat niet alleen zijn fysieke mogelijkheden steeds voorspoediger gaan. Ook mentaal groeit hij: hij worstelt al vele jaren met een spraakgebrek en dat komt zijn zelfvertrouwen bepaald niet ten goede. Dankzij zijn goede prestaties, durft hij er makkelijker aan toe te geven dat hij een spraakgebrek heeft. Het plaagt hem minder en in het verloop van zijn carriere krijgt Hennie op dit gebrek steeds meer grip. Zelfvertrouwen en wilskracht liggen hier wel duidelijk aan ten grondslag. 

Een drang en behoefte om prof te worden was er nog niet". Die kwam pas, toen Herman Krott, (=toenmalige ploegleider van Amstel Bier) een gesprek met Hennie aanknoopte. Deze man was overtuigd van Hennie's talent en mogelijkheden. Hennie wikt en weegt: echt ambitieuze gevoelens had hij nog niet ontwikkeld. Er was wel een hang naar avontuur en van  huis uit had hij meegekregen, dat je dient te werken aan je meegekregen talenten. Ook besefte Hennie dat, als hij ooit nog een kans zou krijgen om te proberen om prof te worden, die kans nu daar was. Hij bracht Hennie in contact met een Duitse firma, Rodado  en eind 1972 werd er een profcontract getekend in het bijzijn van Broer Olde Keizer.

Een echte carriere kon beginnen. De drijfveer om alleen maar te fietsen voor de lol, gewoon lekker bezig te zijn met je lijf, was over. Aan deze voormalige drijfveer diende nu nog veel te worden toegevoegd. Het zou nu menens worden. Fietsen werd een Way of Life. Fietsen werd 'gewoon werk.'. Een nieuwe drijfveer, ambitie diende ontwikkeld te worden.Van huis uit heeft Hennie meegekregen, dat er aangepakt dient te worden. Voor niks gaat de zon op en lanterfanten kennen we bij Kuiper niet. Deze boodschap neemt Hennie ook mee naar zijn profcarriere: begin 1973 gaat hij fanatiek aan de slag. Hij gaat  regelmatig trainen bij Bert Boom en langdurige duurtrainingen worden gepleegd. Hennie is natuurlijk nog wel wat onwennig in het profmilieu, maar hij neemt de uitspraak van moeder zeer ter harte: 'waarom zouden die anderen meer zijn dan jou'. Hennie knoopt deze opmerking goed in zijn oren en zal hem nooit verloochenen.Hennie staat bij de eerste wedstrijden goed beslagen aan de start: hij presteert goed in Parijs Nice en wint er bijna een etappe. Het is hondenweer geweest, maar de kou krijgt geen grip op Hennie. Ben je mal!Hennie ontwikkelt zich voorspoedig: hij kan het tempo en de kilometers aan en behaalt menig ereplaats. Hennie fietst 2 jaar bij een Duitse ploeg en krijgt in 1975 een contract aangeboden bij Frisol. 

 

De opmerking van Arie van Vliet (=toenmalig Chef de Mission Olympische Spelen 1972) heeft Hennie nooit vergeten: deze had hem in de oren gefluisterd, toen hij Olympisch goud had veroverd: "Olympisch goud is mooi, maar wereldkampioen worden is vele malen mooier". Het moest dan maar gebeuren in 1975. (Hennie was op en top gemotiveerd, want de keuzeheren van de KNWU  hadden hem in 1974 geflikt, omdat Hennie toen niet met de ploeg en bloc, naar Canada kon vliegen. Van de Duitse sponsor moest hij eerst nog 2 wedstrijden rijden. Twee wedstrijden die hij overigens allebei won.)We weten nu allemaal hoe het afgelopen is in 1975. Een geweldige prestatie, ondanks een zeer sterk Belgisch blok. Frisol wil na 1975 niet verder en Hennie komt bij Peter Post terecht, de ploegleider van Raleigh. Een ploeg, toen nog in opbouw, maar dat zou spoedig veranderen. Binnen enkele jaren uitgegroeid tot 1 van werelds beste ploegen. Toch is Hennie niet altijd gelukkig in deze ploeg. Hij heeft last van het juk van Peter: nooit is hij tevreden, ook al behaalt de ploeg 12 overwinningen in een Tour. Het moet altijd meer. 

 

Een aanbod van Peugeot neemt Hennie dan ook graag aan.Na Peugeot zouden er nog vele ploegen volgen. De successen zijn niet uitgebleven.Hennie geeft aan, dat hij liever voor 1 sponsor was blijven fietsen, maar geld, ambitie, mogelijkheden en beleid noopten meestal tot verandering. Terugkomend op ambitie en drijfveer, heeft Hennie in de loop van zijn professionele carriere wel ontdekt, dat het waarschijnlijk ook  'persoonlijke erkenning ' is geweest, waarnaar hij onbedoeld op zoek is geweest. Psychologisch gezien, waarschijnlijk helemaal correct: je worstelt immers met een spraakgebrek en dan kan het zomaar logisch zijn, dat je wat anders wilt laten zien, dan slechts stotteren. Als er dan ook nog de wil is om te presteren en de wens tot zelfontplooiing, dan heb je goede ingrediënten bij elkaar om te slagen als sportman.

Een goed thuisfront is ook belangrijk, onderwijst Hennie verder. Mijn vader was een wijze man, die ons de mogelijkheden bood het beste uit ons zelf te halen. Moeder was mijn vurigste supporter en op mijn broers en zus kon ik altijd van op aan.De normen en waarden die je van huis uit mee krijgt zijn  zonneklaar erg belangrijk voor je ontwikkeling als mens en dus ook als sportman. Wielrennen wordt helaas, veel te vaak in een kwaad daglicht gezet en dat vindt Hennie zeer vervelend. Hij vindt de wielersport nog steeds 1 van de eerlijkste sporten, ondanks alle dopingperikelen. De dopingzaken zijn te wijten aan de mensen, die zich hier aan zondigen, niet aan de sport. Als jij als individu ervoor wilt gaan, je bent gezegend met het nodige talent, je toont karakter en wilskracht, dan zul je zien, dat je als goede renner komt bovendrijven. Zie Armstrong: Ik ken Armstrong vrij goed. Ik heb hem in mijn ploeg gehad. Begonnen als klein rennertje.Ik kan nu slechts mijn grootste waardering en bewondering uitspreken, tot wat voor een sportman, hij wel niet is uitgegroeid. Ik kan het niet nalaten om het "Geloof" in deze context nader aan de orde te stellen. Zit daarin ook een drijfveer??? Ik weet immers, dat Hennie is opgegroeid in een zeer voorbeeldig katholiek milieu. Vader heeft enkele jaren voor priester geleerd, Hennie is vele jaren misdienaar geweest en er werd trouw naar de Kerk gegaan. Ik kom een klein beetje thuis van een "kouwe kermis": waar ik dacht, dat er sprake zou zijn van 'kracht van het kruis' blijkt dit toch minder te zijn: er werd dus wel trouw naar de Kerk gegaan en gelovig opgevoed, maar er heerste geen dogmatische sfeer in huize Kuiper. Er kon open gesproken worden over het geloof met al zijn twijfels en beperkingen, maar de kinderen werd niets opgedrongen. Er was ruimte voor eigen interpretatie en dat werd gerespecteerd. Vader Kuiper 'durft' zelfs te beamen dat goed werken ook met bidden te maken kan hebben. Hennie heeft dus het Geloof niet als "kracht van het Kruis" ooit gebruikt voor het welslagen van zijn carriere.

Nu komt  hij nog wel eens in een Kerk. Slechts om er wat rust te vinden en ter overdenking.Hennie geeft aan, het moeilijk te vinden om te discussiëren over het Geloof.  "Laat ieder zijn Geloof hebben en daar het goede mee voor hebben. Dan zijn we met zijn allen op de goede weg", beaamt Hennie.  "Ik kan nog wel opmerken, dat ideeën en gedachtes over het Geloof, in de loop van de jaren zijn veranderd. "Vrij laten in wat een ieder gelooft, is erg belangrijk.", aldus Hennie.   We mijmeren nog wat na over de carriere van Hennie: zo vertelt Hennie dat het fietsen hem veel gebracht heeft.  Hij is een uitermate succesvol geweest als renner en nu is hij een wereldburger geworden. Vele deuren gaan voor hem open. Hij is nu onderhand overal in de wereld geweest en heeft zeer veel mensen met ieder zijn eigen ding en ambitie ontmoet. Dat is allemaal zeer interessant. Daarnaast is Hennie  nu jaarlijks ongeveer 80 dagen kwijt aan gastheer spelen, in dienst van de Rabobank en spendeert hij ook jaarlijks veel tijd aan de Alpe d'Huez clinics. Genoeg om een drijfveer te hebben en dat allemaal ook nog in  het welbekende wielermilieu. Het maakt Hennie allemaal zeer tevreden.

Wat wel moeilijk is geweest ten tijde van zijn actieve carriere, is het vinden van een goede balans tussen de sport en gezinsleven: eigenlijk wel logisch met jaarlijks 150/180 koersdagen. Nu kan Hennie erg genieten, zijn beide zoons op te zoeken in het buitenland: de oudste woont in Nieuw Zeeland en de jongste woont sinds vorig jaar in Boston. Aldus kom je ook nog veel te zien van die landen. Dat ze nooit hebben gefietst, deert Hennie niet. Hij heeft ze nooit de richting van het fietsen opgeduwd. "Ze moesten het zelf willen. Ik ben er trots op met datgene, waarmee ze nu bezig zijn. Een vader die trots is. Dan is het toch goed", geeft Hennie aan..

En dan was daar natuurlijk nog al dat afzien. Hierover vertelt Hennie het volgende: "afzien is voor iedereen heel verschillend. Waar de kampioenen beginnen met afzien, daar houden de middelmatigen op! Het is een manier van beleving. De wil om niet toe te geven aan je zwakte (lees: pijn) Het is de kunst om de grens van echt niet meer kunnen, steeds op te schuiven. Daarbij hoort natuurlijk ook een Spartaanse discipline! Als je in vorm bent en het lichaam goed hebt voorbereid, dirigeert de geest het lichaam en heb je de pijn onder controle, noem het concentratie. Bij zware koersen zie je altijd af. Het is dan de kunst om de pijn te beheersen. Dat vraagt heel veel voorbereiding, zowel geestelijk als fysiek".

Ik heb nog vele vragen. Ik zou nog uren met Hennie kunnen praten, maar de klok slaat al elf uur. Tijd om te stoppen.Hennie helpt mij in m'n jas en we nemen afscheid. Ik rij het donker weer tegemoet. Het sneeuwt  nog lichtjes. En ik overdenk in al mijn weemoed: hoe maak ik toch in godsnaam nog een mooi verhaal van deze brei aan informatie.Ik hoop, dat het gelukt is. 

Theo Sleiderink.

 

 Tour 1989: Fignon en Lemond

 

De Tour van 1989 is één van de spannendste ooit, met slechts 8 seconden verschil wist Lemond van Fignon te winnen. Dit verschil kwam tot stand op de laatste dag toen Lemond de afsluitende tijdrit won. Hij reed maar liefst 58 seconden sneller en wist zo zijn achterstand van 50 seconden in een kleine voorsprong om te buigen.

De Tour begon meteen al spectaculair doordat Delgado niet op tijd aan de start verscheen en dus meteen al bijna 3 minuten op winnaar Breukink verloor. De tweede verrassing van de Tour kwam ook op het conto van Delgado ; hij kon in de ploegentijdrit zijn eigen ploegmaats niet volgen en stond op 7 minuten achterstand bij de andere tourfavorieten. De favorieten moesten pas met de billen bloot in de eerste tijdrit over 73 kilometer, Lemond sloeg hier toe en won de tijdrit en pakte ook nog de gele trui met slechts 5 seconden voorsprong op Fignon.

Het duel was begonnen. In de eerste pyreneeënrit weken Fignon en Lemond niet van elkaars zijde en kwamen dus samen op Cauterets aan. Indurain won na een lange solo de etappe en Delgado pakte een half minuutje terug op de gele trui. Breukink en ex-tourwinnaar Roche hadden een slechte dag en konden de tourzege na deze dag vergeten. In de volgende Pyreneeënrit naar Superbagneres deed Delgado weer goede zaken en pakte ruim 3 minuten terug op de gele trui, hij stond nu vierde en iedereen verwachtte nog veel van hem in de Alpen. De ritzege ging naar Millar, Rooks en Theunisse werden resp. 4 en 5 en de gele trui kwam om de schouders van Fignon, die 12 seconden terugpakte op Lemond door in de laatste kilometer nog te demarreren.

Lemond probeerde te volgen, kwam in het wiel, maar toen Fignon door bleef gaan met tempo rijden bleek dat de Amerikaan zich totaal opgeblazen had om Fignon bij te halen.

In de Alpen stond weer een bergtijdrit op het programma, die gewonnen werd door Rooks. Lemond sloeg ook toe en heroverde de gele trui op Fignon. Delgado snoepte weer wat secondjes van zijn achterstand af en werd vierde in de tijdrit net achter teammaat Indurain. In de eerste Alpenrit over Vars en Izoard naar Briancon verstevigde Lemond zijn leidende positie op Fignon met 15 seconden en dacht bijna iedereen dat Fignon het onderspit zou moeten delven, niets was echter minder waar, want in de rit naar de l'Alpe d'Huez, die Gerd Jan Theunisse won, eindigde Fignon op een fraaie derde stek net achter Delgado. Veel belangrijker was de achterstand van Lemond: 1.19 min. op Fignon.

De gele trui was weer in Franse handen.

De volgende dag stond er een korte etappe (91 km.), met een paar kleine colletjes, naar Villard de Lans op het programma. Hier sloeg Fignon andermaal toe en won de etappe met 24 seconden voorsprong op Rooks, Delgado en Lemond. Fignon had nu 50 seconden op Lemond en dit moest genoeg zijn voor de afsluitende tijdrit over 24 kilometer naar Parijs, helaas voor Fignon bleek dit niet zo te zijn.

Heel bijzonder was ook de 19e etappe naar Aix les Bains, er komt een elitegroepje van 5 man weg: Fignon, Lemond, Delgado, Theunisse en Lejarreta. Deze kopgroep heeft aan de meet ruim twee minuten voorsprong, maar veel belangrijker is het prestigieuze sprintduel dat door Lemond gewonnen wordt.

Etappewinnaars: Erik Breukink, Acacio da Silva, Raul Alcala, Jelle Nijdam (2x), Greg Lemond (3x), Joël Pellier, Etienne de Wilde, Martin Earley, Miguel Indurain, Robert Millar, Mathieu Hermans, Velerio Tebaldi, Vincent Barteau, Steven Rooks, Pascal Richard, Gerd Jan Theunise, Laurent Fignon en Giovanni Fidanza.

 

 

Hoofdsponsor van RTC Twente - Fietz Denekamp Hoofdsponsor van RTC Twente - Morein Kunststoffen Hoofdsponsor van RTC Twente - Rabobank Denekamp Hoofdsponsor van RTC Twente - Welkoop Denekamp